Samson en Delilah
Samson was een man van ongekende kracht, maar had een zwakte voor vrouwen.
Samson viel als een blok voor de mooie Delilah, die Filistijnse was. De Filistijnen waren al gauw op de hoogte van zijn relatie met Delilah. Zij vroegen Delilah om de bron van Samsons ongelooflijke kracht te ontdekken. Ze stemde toe en vroeg Samson naar de bron van zijn kracht.
Samson loog en vertelde haar dat hij machteloos was als men hem ketende met zeven soepele pezen. Zodra Samson sliep, ketende Delilah hem met zeven soepele pezen. Vervolgens riep ze: "Samson, de Filistijnen over u". Samson schrok wakker en de soepele pezen knapten als dunne touwtjes
De volgende dag vroeg Delilah weer naar de bron van zijn kracht. Samson loog opnieuw en vertelde dat hij zijn kracht zou verliezen als hij vastgebonden werd met touwen die nooit eerder waren gebruikt. Zodra Samson sliep, bond Delilah hem vast met touwen die nooit eerder waren gebruikt. Vervolgens riep ze: "Samson, de Filistijnen over u". Samson schrok wakker en ook de nooit eerder gebruikte touwen knapten als dunne draadjes.
Nu werd Delilah boos en ze schreeuwde tegen Samson dat hij haar zijn geheim moest vertellen. Samson vertelde haar dat hij zijn kracht zou verliezen als zijn haar werd vast geweven in een weefgetouw. De eerstvolgende keer dat Samson bij Delilah sliep, weefde ze zijn haar in haar weefgetouw. Vervolgens riep ze: "Samson, de Filistijnen over u". Samson schrok wakker en rukte zich in een keer los.
Nu begon Delilah te huilen. Ze verweet Samson dat hij niet van haar hield en haar niet vertrouwde. Samson gaf toe en vertelde haar zijn grote geheim. Als zijn haar werd afgeknipt, verloor hij zijn kracht. Delilah knipte daarop in zijn slaap zijn haar af. Samson werd wakker en was zijn kracht verloren. Hij werd door Delilah aan de Filistijnen overgeleverd. De Filistijnen staken zijn ogen uit en sloten hem lange tijd op in een kerker. Tijdens een groot feest brachten ze hem tussen twee pilaren van hun tempel. Het haar van Samson was inmiddels weer aangegroeid en hij was weer ongekend sterk. Hij bad tot God, duwde de pilaren om, waardoor de tempel instortte en hij samen met vele Filistijnen stierf.
